Het gevaar van angst

Een paar jaar geleden liep ik met een lichte paniekaanval in het centrum van Amsterdam richting het Centraal Station. Ter hoogte van de Dam zag ik een tram aankomen en omdat ik vanwege de paniek graag snel thuis wilde zijn besloot ik die te nemen.

Pas toen hij stopte zag ik hoe vol hij was.

Bij de aanblik van al die op elkaar gepropte mensen voelde ik de paniek toenemen. Gelukkig realiseerde ik me op tijd dat het in deze staat van zijn niet slim was om in die tram te stappen, omdat de link tussen veel mensen in een tram en mijn paniek snel gelegd zou worden.

En zo voorkwam ik een angst voor het openbaar vervoer.

Hoewel niemand angst wil voelen, zouden we niet kunnen leven zonder. Zodra we gevaar waarnemen gaat ons zenuwstel in de overlevingsstand en neemt de regie over. We gaan overleven. Dat is mooi, want dat helpt om de gevaren van het leven het hoofd te bieden.

Maar.

Er is nogal wat misverstand ontstaan over wat gevaarlijk is en wat niet. In een wereld met zoveel prikkels en een lijf dat die niet altijd even goed kan verwerken, lopen we steeds verder vol. Ons zenuwstelsel krijgt voortdurend het signaal dat er gevaar is en gaat ons veel teveel helpen overleven.

We ervaren dat als stress.

De stress reactie is van grote nut bij acuut gevaar, maar moet niet al te vaak geactiveerd worden. Dat kost veel en veel teveel energie. Om gezond te blijven wil je lijf zo snel mogelijk terug naar de veilige stand en daarvoor moet het begrijpen wat er nu precies zo gevaarlijk is. Pas dan kan er gevlucht of gevochten worden.

Kan het niets vinden, dan gaat het iets verzinnen.

En zo ontstaan veel nieuwe angsten. In mijn geval werd een overvolle tram de bron van mijn angst, terwijl die in werkelijkheid natuurlijk helemaal niet gevaarlijk is. Toch kon mijn lijf weer heel even ontspanning ervaren door daar bij uit de buurt te blijven.

Op zich slim bedacht.

Maar in een wereld als de onze waarin ons zenuwstelsel voortdurend in de overlevingsstand schiet, wordt leven een levensgevaarlijk avontuur en angst een last in plaats van een hulpmiddel. Kan dat nou niet anders?

Ja, dat kan.