Net als dieren doen wij mensen het goed in een veilige omgeving. Het zorgt ervoor dat we kunnen leven in plaats van overleven en dat maakt nogal een verschil. Zodra je zenuwstelsel geen gevaar detecteert schakelt het over naar de veilige stand. Je merkt dat doordat je verzacht, rust ervaart en helder kan denken.
Het vergroot de kwaliteit van leven.
Zonder dat jij het in de gaten hebt gaan ook alle onbewuste processen in je lijf anders functioneren als je zenuwstelsel in de veilige stand staat. Je spijsvertering, je energieopbouw, je weerstand optimaliseert.
Het is dus geen luxe om voldoende veiligheid te ervaren.
Anders dan bij dieren kunnen wij mensen onveiligheid ervaren terwijl het er in werkelijkheid niet is. Er is hier in deze omgeving geen oorlog, maar als er op de televisie of radio gesproken wordt over dat dat binnen afzienbare tijd weleens anders zou kunnen gaan worden, neemt ons zenuwstelsel het zekere voor het onzekere.
Het gaat alvast overleven.
Vanuit evolutionair oogpunt is dat slim. We bereiden ons voor op het ergste en dat vergroot de kans op overleven. Vanuit psychologisch en biologisch perspectief is dat juist helemaal niet slim. Overleven leidt tot reacties van ons lijf die ons op langere termijn uitputten.
We worden steeds kwetsbaarder.
Mensen zich onveilig laten voelen werkt altijd als je graag macht wil, of veel geld verdienen. Angstige mensen zijn als was in je handen en als we ons onveilig voelen hebben we niet eens in de gaten hoe er met ons gespeeld wordt.
Gelukkig is veiligheid bij gebrek aan acuut gevaar een interne aangelegenheid.
Een veilige omgeving helpt, maar is geen noodzakelijke voorwaarde. Ook zonder geruststelling van buiten ligt de weg naar een gevoel van veiligheid open en kan je leren om die op ieder moment terug te vinden.
Geloof het of niet, maar het gevoel veiligheid zit echt, echt, ècht bij jou van binnen.


