Niets kan ik (nog) niet verdragen

Van alle emoties die er te voelen zijn heb ik de grootste moeite met leegte. ‘Het niets’, ‘de grote stilte’, ‘de leegheid’, het staarde me de afgelopen dagen dreigend aan. Liever heb ik grote paniek, enorm verdriet of dreigende angst. Tegenover overweldigende emoties staat een overweldigend vertrouwen in mij. Ik kan ze beiden gelijktijdig zonder problemen ervaren. Hoe anders is dat met leegte!

Terugkijkend zie ik nu dat het mij niet gelukt is om te kunnen zijn met ‘het niets’ dat zich aandiende. Nog voordat ik me er bewust van was ben ik het gaan vullen met verhalen die overweldigende emoties veroorzaakten. Beter hanteerbaar en een perfecte afleiding van ‘de grote leegte’.

Niet dat de verhalen niet klopten, hoor. Ze raakten echt wel een kern en er zit zeker iets in waar ik verder naar mag gaan kijken. Maar ze haakten niet echt ergens op aan. Ik voelde de emotie wel, maar net iets te oppervlakkig. Het raakte me wel, maar niet diep genoeg. Het waren niet de verhalen die om aandacht vroegen, zo bleek achteraf.

Wat ben ik blij dat ik dat kon ervaren! Voordat je het weet ben je zomaar weer in zo’n verhaal verdwaald en bepaalt dat ineens de richting van je leven. Nu ben ik in één klap uit het hele gedoe gestapt en kan ik weer verder.

Natuurlijk realiseer ik me dat ook deze realisatie een mooie uitvlucht is en dat ‘het grote niets’ nog steeds ergens op mij ligt te wachten. Maar vooruit. Deze neem ik even. In de wetenschap dat ik de volgende leegte die zich aandient dapperder en met een groter bewustzijn onder ogen zal durven komen.

Over loslaten

Wie zich actief bezighoudt met persoonlijke of spirituele ontwikkeling komt het regelmatig tegen. Het advies om iets los te laten. Een goed bedoeld advies dat vaak tot frustratie leidt. Want hoe doe je dat dan, dat loslaten?

Loslaten kan je niet ‘doen’.
Het paradoxale is dat wanneer je heel hard je best gaat doen om iets los te laten, dat ‘iets’ steeds sterker aan je vastkleeft. Het werkt niet. Het willen loslaten en het niet willen hebben, werkt averechts.

Wat levert het je op?
Loslaten begint met het antwoord op de vraag: “wat levert het me op om er aan vast te houden”. Misschien is het in eerste instantie lastig om deze vraag te beantwoorden , omdat het zo onwaarschijnlijk lijkt dat het je iets positiefs op levert. Toch zal je ontdekken dat dat zo is want anders was je er allang niet meer mee bezig.

Natuurlijk laat je het niet los!
Als je hebt ontdekt wat het je oplevert dan weet je direct waarom je niet los kunt laten. Stel het levert je ‘verbondenheid’ op, dan staat loslaten dus gelijk aan het ervaren van ‘eenzaamheid’. Als dat gevoel heel pijnlijk voor je is, is het nogal logisch dat dat loslaten niet lukt!

Loslaten gaat vanzelf
De kunst is om aan de slag te gaan met het gevoel dat je liever niet voelt, in dit geval ‘eenzaamheid’. Zodra het je lukt om niet meer zo bang te zijn voor dat gevoel, verdwijnt daarmee de urgentie om het te vermijden. Gebeurt er dan iets wat je niet prettig vindt, dan ben je vrij om te zuiver te reageren. Er hoeft niets meer angstvallig in stand gehouden te worden en je zal merken dat ‘het loslaten’ zich, zonder dat jij er iets van gemerkt hebt als vanzelf heeft voltrokken.

Van paniek naar rust in een paar ademhalingen

Het gebeurt niet vaak meer, maar laatst raakte ik weer eens volledig overspoeld door mijn emoties. ‘Lichter leven’ zei me nog wel iets, maar ik kon me er weinig concreets meer bij voorstellen. Gewoon weg. Van het ene op het andere moment. Achteraf bleek dat inderdaad te kloppen. Of tenminste, het was natuurlijk niet weg, maar de weg ernaar toe was afgesloten.

Even niet voelen
Wie mij kent of weleens iets van mij leest weet dat ik een groot voorstander ben van voelen wat er te voelen valt. Dit moment was er echter typisch zo eentje waar dat even niet opgaat. Het was zaterdagochtend en ik stond langs de lijn van het veld waarop mijn kinderen een kwartier later een wedstijd zouden gaan voetballen. Iemand maakte een grapje. Best onschuldig eigenlijk, en toch knapte er iets in mij. Ik kon niet meer stoppen met huilen. Tijdens een wanhopig rondje lopen deed ik mijn uiterste best het hele voorval te relativeren en vervolgens mezelf, maar niets hielp. Verdriet bleef komen en ieder gedachte die ik kon denken bevestigde de noodzaak om dat op dat moment te uiten. Het was hopeloos.

Reddende oefening.
Plotseling herinnerde ik mij dat ik een oefening op zak had die wellicht zou kunnen helpen. Ik trok me terug in een verlaten dug-out en zette op hoop van zegen mijn laatste redmiddel in. Vijf minuten later stond ik op en wandelde richting het speelveld. Het lukte mij de wedstrijd in rust te bekijken, terwijl ik iemand en passant nog even vertelde hoe verdrietig ik me net had gevoeld. Ik was onder de indruk.

Wondermiddel?
Had ik een toverdrankje in handen waarmee “al uw problemen in één keer verdwijnen”? Nee, natuurlijk niet. De oefening die ik gebruikte heet hartcoherentie en daar is helemaal niets geheimzinnigs aan. Op het moment dat je lichaam gevaar ervaart raakt het automatisch in een vecht- of vlucht modus. Daar valt op bewust niveau helemaal niets aan te doen. En omdat je lichaam geen verschil kent tussen een leeuw en een grapje dat verkeerd valt, kan het zich op de meest onverwachte momenten ineens onhandelbaar gaan gedragen. Relativeren, iets anders willen doen, het heeft allemaal geen zin meer. Wat zin heeft is zorgen dat je lijf zich weer veilig voelt en dat is precies wat hartcoherentie doet.

Krachtig houvast
De komende tijd zal ik meer gaan delen over wat hartcoherentie allemaal voor je kan betekenen. En dat is veel. Op dit moment laat ik je graag weten dat ik bezig ben met de ontwikkeling van een cursus waarin ‘Leer lichter leven’ en hartcoherentie met elkaar verbonden worden. De inzichten van ‘Leer lichter leven’ kunnen pas echt helemaal tot bloei komen wanneer zij zich ontwikkelen vanuit een veilige basis. Hartcoherentie bied je een eenvoudige manier om die veilige basis te creëren en een krachtig houvast om deze in stand te kunnen houden.

Ben je geïnteresseerd in deze cursus en wil je graag meer informatie? Vul dan het formulier in op mijn site. www.samenmetdaphne.nl/krachtig-houvast Ik houd je graag op de hoogte van de ontwikkelingen.

“Ach, ik hoef nog maar 25 jaar tot aan mijn pensioen”

Linkedin

In mijn werk als leidinggevende ben ik ze veel tegen gekomen: bange mensen. Mensen waarbij je aan alles ziet dat ze het totaal niet naar hun zin hebben, ver onder hun kunnen aan het werk zijn of veel te stressvol werk voor hun rekening nemen. Wat was het een uitdaging om hen in beweging te krijgen en ik moet eerlijk toegeven: het is me niet vaak gelukt.

Illusie van zekerheid als houvast
Het meest extreme voorbeeld was wel een medewerker die ik ontmoette toen ik een team leidde dat ik voorbereidde op een grootschalige reorganisatie. Zijn baan zou gaan verdwijnen, zoveel was zeker. Heel rot natuurlijk, maar de werkgever was coulant en gaf hem alle ruimte om zich er op voor te bereiden. Hij mocht een opleiding volgen, stage gaan lopen of deelnemen aan een outplacement traject. Toen ik hem vroeg waar zijn voorkeur naar uit ging was zijn legendarische antwoord: “Ach, het zal mijn tijd wel uitduren. Ik hoef nog maar 25 jaar tot aan mijn pensioen”.

Hoofd tegen hoofd
Op dat moment was ik totaal verbijsterd door zijn antwoord. Hoe is het mogelijk dat iemand vasthoudt aan een ‘zekerheid’ waarvan je met zekerheid kunt zeggen dat die niet bestaat? Ik probeerde hem uit te leggen dat hij er echt goed aan zou doen om zijn kansen te pakken. Ik vertelde hem dat als hij nu geen actie zou ondernemen hij straks te laat zou zijn en ik probeerde hem met alle macht te verleiden om in beweging te komen. Helaas…niets hielp.

Echte beweging komt vanuit het hart
Wat er uiteindelijk van deze medewerker terecht is gekomen weet ik niet. Ik verliet het schip voortijdig omdat ik niet opgewassen bleek tegen zoveel weerstand. Wat ik wel weet is waar het mis ging. Ik probeerde hem te motiveren om goed voor zichzelf te zorgen door hem aan te spreken op dezelfde bron waarmee hij zijn zekerheid in stand hield: zijn hoofd. Ik heb ondertussen geleerd dat de motivatie om in beweging te komen niet ontstaat vanuit angst, maar vanuit vertrouwen. En dat vertrouwen niet ontstaat in je hoofd, maar in je hart.

Ervaring wordt workshop
Nu ik dit weet kan ik niet wachten om terug te keren naar de werkvloer en vanuit dit perspectief met medewerkers aan de slag te gaan. Samen met Ademcoach/ Rebalancer Inge Kraan ontwikkel ik op dit moment een workshop waarin we gaan werken aan en vanuit vertrouwen. En het mag duidelijk zijn dat het hart een prominente rol gaat krijgen…

Wordt vervolgd!

Labels plakken als weg naar volledige acceptatie

Labels plakken

“Wist ik maar wat hij heeft” verzuchtte een vriendin van mij “dan kan ik tenminste handvatten krijgen om met hem om te gaan”. Veel ouders zitten met hun handen in het haar waar het gaat om de omgang met hun kinderen. Ikzelf ben daar zeker geen uitzondering op. Uit het lood geslagen door gedrag dat onze kinderen vertonen zoeken we naar houvast. “Wat moet ik doen om het beste in hem naar boven te halen?”, “hoe kan ik voorkomen dat mijn kind zo vaak verdrietig is”, “wat moet ik doen om ervoor te zorgen dat mijn kind de weg gaat bewandelen die bij haar past?”. Allemaal liefdevolle vragen van hardwerkende ouders die hun kinderen een prachtig leven gunnen. Het antwoord is zo simpel en voor de hand liggend dat we er gewoon overheen kijken.

Niets doen durven we niet
Het enige dat wij hoeven te doen is onze kinderen volledig accepteren zoals zij zijn. En verder helemaal niets. Oei…dat is een grote uitdaging voor ons. Niets doen. Alhoewel steeds meer mensen zich gaan realiseren dat ‘niets doen’ heel vaak het goede antwoord is op veel van onze levensvragen, ligt dat in het geval van het opvoeden van onze kinderen nog steeds erg gevoelig. En dus gaan we iets doen. Prachtig! Wat zijn wij mensen toch een slimme wezens. Diep van binnen weten we heel goed wat er nodig is en als we daar niet via de kortste weg komen, dan maar via een omweg. In het geval van gedrag van onze kinderen dat wij lastig vinden, hebben we vele labels verzonnen. ADHD, hoog sensitief, nieuwe tijd…ik noem er maar een paar. Wanneer een kind zo’n label heeft gekregen zorgt dat ervoor dat de ouders opgelucht adem kunnen halen. “Eindelijk is het duidelijk wat ons kind heeft, kijk maar het past precies in het profiel”. Het gedrag van het kind klopt en de ouder kan beginnen met het proces van totale acceptatie van het kind. Halleluja! Wat een opluchting voor het kind.

Later, als ze groot zijn
Maar hoe moet dat later? Wanneer al die kinderen opgroeien en nog steeds het label op hun voorhoofd geplakt hebben? Ach, ik maak me daar niet zoveel zorgen over. De wijze generatie die nu opgroeit zal heel goed in staat zijn ons te doorzien en het belang van labels los te laten. Zij zullen met vertedering spreken over hun lieve ouders die alles zo graag goed wilden doen. Zó goed dat zij niet konden geloven dat ze helemaal niets hoefden te doen. “Gelukkig,” zo zullen zij tegen elkaar zeggen “hebben zij een manier gevonden om met hun perfectionisme en gebrek aan vertrouwen om te kunnen gaan. Er was weliswaar een flinke omweg voor nodig, maar ze zijn er uiteindelijk toch gekomen”.

Heb je ego lief

candle-968244_1920Ons ego krijgt het flink te verduren, die arm ziel. Ontmoeten we een mens dat zich onhebbelijk gedraagt dan spreken we al snel over iemand met een “groot ego”. Ontdekken we een naar trekje bij onszelf noemen we dat een “ego dingetje”. In het algemeen geldt: hoe vervelender het gedrag van een persoon, hoe groter het ego is dat we hem of haar toedichten. En dat terwijl het juist zo hard voor ons aan het werk is!

Het wordt de hoogste tijd om ons ego eens flink in het zonnetje te zetten.

Maak kennis met je ego
Laten we om te beginnen eerst eens fatsoenlijk kennis maken. Wie of wat is ons ego eigenlijk? Van het woord ego bestaan verschillende definities. Wanneer ik spreek over ‘het ego’ bedoel ik dat stuk in onszelf dat het grootste gedeelte van de tijd aan het woord is. Het gekwebbel, de innerlijke stemmen. Je zou het ook je ‘afweermechanisme’ of ‘beschermingsmechanisme’ kunnen noemen. Sommige mensen noemen het je ‘persoonlijkheid’. Het zit in ons hoofd en bemoeit zich werkelijk overal mee. Soms is het ontzettend trots als iets goed is gegaan, soms schaamt het zich te pletter als we een fout hebben gemaakt. In elk geval vindt het altijd overal iets van.

Het ontstaan en de functie van je ego
Naast het ego heeft ieder mens ook een plek in zichzelf dat volledig puur en zuiver is. Ik noem die plek ‘je bron’, maar het wordt ook wel ‘ziel’, ‘liefde’, ‘hogere zelf’, ‘god’ of ‘bewustzijn’ genoemd. Het ego heeft zichzelf tot taak gesteld om die mooie zuivere plek te beschermen. Het is ontzettend bang dat het beschadigd raakt en het heeft daar een goede een reden voor.

In het allerprilste begin van ons leven zijn wij één en al zuiverheid en puurheid. In de loop van onze ontwikkeling maken we dingen mee waardoor we gekwetst, teleurgesteld of pijn gedaan worden. Het ontwikkelen van trauma’s is universeel. Iedereen heeft ze. Het kan zijn dat jouw ouders je een keer niet hoorden en je te lang hebt gehuild. Misschien heb je wel hele grote nare dingen meegemaakt. In feite maakt het niet uit wat het was, het gaat er om hoe jij het hebt beleefd. Het deed pijn en het veroorzaakte een scheurtje in jouw mooiste, diepste kern.

Het ervaren van pijn is voor niemand fijn en om te voorkomen dat jouw bron verder beschadigd raakte werd er een ego gevormd: een poortwachter die pijn en teleurstellingen diep weg stopte in je on- of onderbewuste. Dit proces is natuurlijk prachtig; het heeft er toe geleid dat jij nu, op dit moment dit verhaal kunt lezen. Het heeft je gemaakt tot wie je nu bent, met alles er op en eraan.

De keerzijde van de goede zorgen
De bescherming die jouw ego je biedt heeft echter ook een keerzijde. Pijn kan verstopt worden, maar lost pas op als het er even helemaal mag zijn en doorvoelt wordt. Jouw ego deed mooi en belangrijk werk toen er zich pijn aandiende die jij op dat moment niet aan kon. In de loop van de tijd heb jij je echter verder ontwikkeld. Je bent sterker geworden en minder kwetsbaar. Je zou de pijn ondertussen allang kunnen verdragen, maar je ervaart dat niet omdat je er niet mee geconfronteerd wordt. Met het blijven verstoppen houd je je eigen angst in stand. Daarnaast kost het verstopt houden natuurlijk ook een hoop energie. Bij veel mensen leidt dit op den duur tot klachten als hoofd- of buikpijn, stress, oververmoeidheid, angst of een geïrriteerde stemming.

Boos worden werkt averechts
In mijn praktijk begeleid ik mensen die last hebben van pijn die weggestopt is. Heel voorzichtig proberen wij samen het ego te verleiden de teugels beetje bij beetje te laten vieren. Soms gaat dat ineens heel snel en soms is dat lastiger. Wanneer we in zo’n proces aan het werk zijn hebben mensen nogal eens de neiging om boos te worden als het niet lukt om ‘uit hun hoofd’ te komen. Veel mensen schelden op hun ego. “Hou toch eens op met denken” of “bemoei je er niet mee…” en dan houd ik het hier nog netjes. In veel hoofden gaat het er vaak heel wat grover aan toe. Natuurlijk werkt dat niet. Wat zou jij doen als je wordt uitgescholden terwijl je gevraagd wordt om iets te doen wat je helemaal niet wil? Precies! Jouw ego is bang en zal dus gerustgesteld moeten worden

Geef je ego wat jij zelf graag ontvangt
Wat werkt voor jou, werkt ook voor je ego. Na gedane arbeid is het prettig om bedankt te worden en als je gevraagd wordt om een stapje opzij te doen is het fijn om te horen dat je aanwezigheid gewaardeerd werd. Vertel je ego dat je niet meer bang bent voor de pijn, dat je het aan kunt en aan wil gaan. En geef het vooral de ruimte om rustig te wennen aan de nieuwe situatie. Je zult zien dat je ego dan graag bereid is even pauze te nemen en er op de momenten dat het wel weer nodig is met liefde weer voor je zal zijn.

De weg van een angstige wereld naar een wereld zonder gevaar

Soms ben ik het ineens weer helemaal kwijt. Het contact met de voedende energie, het basis vertrouwen in ons allemaal, de durf in mijzelf. Ik weet wel dat het nog ergens zit, maar de weg er naar toe is volledig geblokkeerd. Terug redenerend waar ik het deze keer kwijt begon te raken kom ik uit bij een moment waarin ik in volledig vertrouwen vroeg of ik iets mocht gebruiken van een ander. Ik was in de oprechte vooronderstelling dat niet alleen ik, maar ook zij en ook de mensen met wie ik het wilde delen daar beter van zouden worden. Ik bevond me in een wereld van overvloed waarin ik vrij mag geven en ontvangen en ging er vanuit dat de ander dat ook deed.

Van het ene op het andere moment sloeg de sfeer tussen ons om. Het was duidelijk niet de bedoeling dat ik ging delen wat ik van haar had ontvangen en ik voelde mijn energie direct wegvloeien.

Terug in een wereld vol gevaar
Natuurlijk was de reactie die ik op mijn vraag kreeg niet prettig, maar erger nog was wat ik tegelijkertijd mijn innerlijke stem hoorde zeggen: “Wat ben ik toch gemeen. Ik pik iets van iemand anders af om daar zelf beter van worden.” In de dagen die volgden leefde ik plotseling weer in een wereld waarvan ik dacht dat ik er al lang afscheid van had genomen. Een wereld vol gevaren waarin ik voortdurend op mijn hoede moet zijn.

Bewijs voor gevaar in overvloed
Het meest bizarre was misschien nog wel dat ik overal om me heen bewijs zag dat ik inderdaad niet veilig was. Wachtend op een mogelijkheid om in te voegen in het verkeer zag ik alleen maar weggebruikers die uit waren op het bevechten van hun eigen plek. Ik hoorde: “Niemand ziet mij, ik doe er niet toe.” Tijdens een sessie bij een therapeute werd ineens heel duidelijk zichtbaar dat datgene waar ik nu mee worstel voortkomt uit iets wat ik in mij draag. Ik hoorde: “Het is mijn schuld.” Iemand zei tegen mij dat hij zich zo fijn voelt bij een ander en ik hoorde: “Ik ben niet goed genoeg.” Ik was weer terug in de wereld waarvan ik had gehoopt dat ik hem nooit meer terug zou zien.

Help!

Hoe kom ik hier weer uit?

Hoe kom ik weer terug naar die andere, fijne wereld?

De terugweg naar een fijne wereld
Plotseling herinner ik me hoe ik deze reis ooit eerder maakte en tekent de weg van een wereld vol angst naar een wereld vol overvloed zich weer haarscherp af. De sleutel zit in mijzelf. Zodra ik een wereld leef met gevaren zijn er ook gevaren. Wanneer ik in een wereld leef zonder gevaren, zijn er ook geen gevaren! Dit klinkt simpel en dat is het ook. Ik weet het nog van de vorige keer. Het enige dat ik nodig heb is de moed om te geloven dat er geen gevaar is. Èn de moed om het risico te nemen dat ik denk: “deze persoon laat mij niet invoegen; hij heeft me vast niet gezien” en dat het dan zo is dat hij me wel heeft gezien, maar inderdaad vindt dat ik er niet mag zijn.

Gelukkig. Ik heb de weg weer teruggevonden…

Voelen als overlevingsstrategie

In Nederland kampen 800.000 mensen met een stemmingsstoornis, heeft 1 op de 4 medewerkers last van burn-out verschijnselen en slikken 1000.000 mensen antidepressiva. Indrukwekkende cijfers die impliceren dat er nogal wat mensen zijn van wie het gevoelsleven uit balans is geraakt. Op een gezonde manier ruimte geven aan je gevoel blijkt voor veel mensen lastig. Ergens is het idee ontstaan dat leven vanuit je hoofd veiliger is; dat je je daarmee gemakkelijker staande kunt houden in de harde wereld waarin we leven. Het tegendeel is echter waar; het wegstoppen van je gevoel maakt je juist veel kwetsbaarder.

Gevoel uitschakelen
Eén van de kenmerken van een depressie of burn-out is het verlies van contact met het gevoel. Het uitschakelen van je gevoel is een hele efficiënte strategie om te kunnen overleven in een wereld die te hard, te somber of te onecht voor je is. Wanneer het je lukt om je niet te laten raken wordt het leven dragelijker en minder zwaar. Niet gek dus dat er zoveel mensen zijn die deze strategie kiezen om zich staande te houden. Toch is het niet de meest duurzame oplossing.

Duveltje uit een doosje
Gevoel heeft de lastige (of mooie, het is maar hoe je het bekijkt…) eigenschap dat het gehoord en gezien wil worden. Wegstoppen, ontkennen, negeren…het werkt wel, maar slechts voor bepaalde tijd. Onherroepelijk dient het zich weer aan, en meestal niet op een moment dat het jou goed uitkomt.

Verstoppen maakt kwetsbaar
Het verstoppen van je gevoelens maakt je eigenlijk veel kwetsbaarder dan je bent. Je lijkt wel groot en sterk, maar ergens in jou zit een stuk dat niet gezien mag worden. Bij verstoppen hoort de spanning van het gevonden worden. Het is díe spanning die zich bij veel mensen ontwikkeld tot stress.

Controle over je gevoel
Als verstoppen niet werkt, wat moet je dan wel met dat gevoel? Het blijft niet prettig om je onzeker, klein en bang te voelen. Het antwoord is eigenlijk heel simpel: laat het gecontroleerd toe. Door je af en toe in een veilige omgeving even heel erg bang of klein te voelen haal je de spanning van het gevoel af en hoeft er niets meer verstopt te worden. Daarmee verdwijnt het akelige gevoel dat “ze er achter zullen komen” of dat je “door de mand kunt gaan vallen” en kun jij je leven in volledige vrijheid gaan leven.

Weet jij niet goed meer hoe je contact kunt maken met je gevoel? Misschien helpt mijn Stappenplan naar een lichter leven je. Download het hier gratis!