“Het zal wel aan mij liggen”

Tijdens het afscheid gisteren bedankte een cliënt mij in tranen. “Ik ben zo blij dat ik bij jou heb kunnen leren dat ik niet aan mezelf hoef te twijfelen. Dat ik niet gek ben en dat ik op mijzelf kan vertrouwen”.

Het raakte me. Ik kan me nog levendig herinneren hoe het voelde om te denken dat ik het niet snapte. Als ik om me heen keek zag ik van alles gebeuren waarvan ik dacht: “Dat klopt toch niet?”. Ik voelde me erg alleen omdat ik schijnbaar de… enige was die er van opkeek. Om toch nog enige houvast te kunnen ervaren loste ik het op met de gedachte: “Het zal wel aan mij liggen. Ik snap kennelijk niet hoe het zit”.

Die oplossing bleek erg destructief. Het maakte dat ik me verloren voelde in een onveilige wereld. Waar kan ik me aan vasthouden als zelfs mijn eigen gevoelens en gedachten onbetrouwbaar zijn?

Als ik tegenwoordig om me heen kijk denk ik nog steeds vaak: “Dat klopt toch niet?”. Misschien nog wel vaker dan voorheen. Het grappige is dat het nu juist díe gedachte is die me houvast geeft. Ik weet ondertussen dat wat ik voel helemaal klopt voor mij. Ik heb ontdekt dat het ‘niet pluis’ gevoel me helpt om op de juiste weg te blijven en ik ben dankbaar dat dit zo helder tot mij spreekt.

Heel af en toe probeert de gedachte: “Ik zal wel gek zijn” mij nog wel eens te verleiden. Ik ervaar dan de schijnbare veiligheid die naar me lonkt, maar gelukkig ook direct weer de ontwrichtende werking van die gedachte.

Tot iedereen die zich hierin herkent wil ik graag zeggen: twijfel niet aan jezelf. Het ligt echt niet aan jou. Je bent niet gek. Je voelt heel goed aan hoe het zit, maar hebt nog niet ontdekt wat het precies betekent of hoe je ermee om kunt gaan. Ga dat uitzoeken, ga daarmee aan de slag, maar zoek je veiligheid alsjeblieft niet in het ter discussie stellen van jouw gevoel. Want dat klopt helemaal.

Over loslaten

Wie zich actief bezighoudt met persoonlijke of spirituele ontwikkeling komt het regelmatig tegen. Het advies om iets los te laten. Een goed bedoeld advies dat vaak tot frustratie leidt. Want hoe doe je dat dan, dat loslaten?

Loslaten kan je niet ‘doen’.
Het paradoxale is dat wanneer je heel hard je best gaat doen om iets los te laten, dat ‘iets’ steeds sterker aan je vastkleeft. Het werkt niet. Het willen loslaten en het niet willen hebben, werkt averechts.

Wat levert het je op?
Loslaten begint met het antwoord op de vraag: “wat levert het me op om er aan vast te houden”. Misschien is het in eerste instantie lastig om deze vraag te beantwoorden , omdat het zo onwaarschijnlijk lijkt dat het je iets positiefs op levert. Toch zal je ontdekken dat dat zo is want anders was je er allang niet meer mee bezig.

Natuurlijk laat je het niet los!
Als je hebt ontdekt wat het je oplevert dan weet je direct waarom je niet los kunt laten. Stel het levert je ‘verbondenheid’ op, dan staat loslaten dus gelijk aan het ervaren van ‘eenzaamheid’. Als dat gevoel heel pijnlijk voor je is, is het nogal logisch dat dat loslaten niet lukt!

Loslaten gaat vanzelf
De kunst is om aan de slag te gaan met het gevoel dat je liever niet voelt, in dit geval ‘eenzaamheid’. Zodra het je lukt om niet meer zo bang te zijn voor dat gevoel, verdwijnt daarmee de urgentie om het te vermijden. Gebeurt er dan iets wat je niet prettig vindt, dan ben je vrij om te zuiver te reageren. Er hoeft niets meer angstvallig in stand gehouden te worden en je zal merken dat ‘het loslaten’ zich, zonder dat jij er iets van gemerkt hebt als vanzelf heeft voltrokken.

Blind vertrouwen is heel gezond!

Artikel geschreven voor Pioniers Magazine, 13 april 2016

Nog niet zo lang geleden maakte ik kennis met het gedachtegoed dat het gebruik van (alleen) medicijnen en medisch ingrijpen ter discussie stelt. Wetenschappers, journalisten en ervaringsdeskundigen die dit gedachtegoed aanhangen, stellen dat je met de krachten van je geest invloed uit kunt oefenen op het functioneren van je lijf. Een aantal van hen toonden zelfs met hun persoonlijke ervaringen aan dat het mogelijk is om zonder medisch ingrijpen ernstige lichamelijke aandoeningen, zoals bijvoorbeeld een tumor, te laten verdwijnen.

“Wat een geweldig nieuws!” dacht ik. “Wij zijn als mens dus zo sterk dat we puur op eigen kracht een herstellende invloed uit kunnen oefenen op ons lichaam.” De oplossing voor de uit de hand gelopen zorgkosten in ons land leek mij gevonden.

Toen ik mij verder ging verdiepen in deze materie ontdekte ik echter dat er niet alleen veel scepsis rondom dit onderwerp bestaat, maar dat er zo mogelijk nog meer weerstand tegen is. De sceptici onder ons snap ik: zelf was ik er ooit ook eentje. Wat niet keihard wetenschappelijk aangetoond kon worden durfde ik niet te geloven. Ik begrijp dus heel goed dat één persoon die zichzelf ergens ver weg aan de andere kant van de wereld heeft geheeld, nog niet maakt dat je direct overtuigd bent. Maar weerstand? Hoezo weerstand? Weerstand waartegen? Ik besloot het te onderzoeken.

Weerstand tegen verantwoordelijkheid
De grootste weerstand, zo ontdekte ik, komt voort uit een gekke kronkel in ons menselijk redeneren. Die kronkel werkt als volgt: Als wij zelf in staat zijn om ons lichamelijk functioneren te beïnvloeden, dan is het ‘dus’ ook onze schuld als dat niet lukt. Stel je hebt een vreselijke ziekte onder de leden. Toevallig heeft je buurman dezelfde ziekte. Beiden proberen jullie met behulp van intensieve meditatie, positief denken, gezonde voeding en het opruimen van psychische ballast uit het verleden de ziekte onder controle te krijgen. Het lukt hem wel en jou niet. Het gevolg is dat er zich vervelende vragen gaan opdringen: “Heb ik wel genoeg gemediteerd?” “Waren mijn gedachten wel positief genoeg?” “Heb ik wel hard genoeg mijn best gedaan om te vergeven?” Met andere woorden: je voelt een verantwoordelijkheid in het proces. Stel je nu voor dat jullie in dezelfde situatie allebei een pil zouden hebben gekregen. De kuur slaat wel aan bij je buurman, maar niet bij jou. Wat een pech! En daarmee valt een stuk gemakkelijker te leven dan met schuld.

Wetenschappelijk bewijs maakt ons bescheiden
Laten we die schuldvraag eens nader bekijken. Waarom speelt deze in het ene verhaal een doorslaggevende rol en in het andere helemaal geen? Zelden of nooit hoor je iemand een ander beschuldigen van het feit dat hij of zij overleed omdat de voorgeschreven medicijnen niet goed aansloegen. Wat maakt het dan wel iemands eigen schuld als het gaat om andere, vaak alternatieve interventies?

Het antwoord is gelegen in ons rotsvaste vertrouwen in de medische wetenschap. Decennialang werd er veel geïnvesteerd in de ontwikkeling van medicijnen en medisch ingrijpen. Enorme hoeveelheden geld, energie, tijd en aandacht werden er besteed aan onderzoek waarmee bewijs werd verzameld. Wie zijn wij om onszelf nog een rol van invloed te geven als statistisch aangetoond is dat iets wel of niet werkt?

Kracht van vertrouwen ‘per ongeluk’ ook statistisch bewezen.
Toch hoeven wij ons niet zo bescheiden op te stellen als we zelf misschien denken. Wij hebben wel degelijk een rol van betekenis die nota bene in diezelfde medische wetenschap keer op keer wordt aangetoond door middel van het placebo-effect. Hoewel placebo’s oorspronkelijk alleen werden ingezet als middel om het effect van medisch ingrijpen aan te tonen, gebeurde er iets anders. Ook placebo’s deden hun (onverwacht) genezende werk en wel in die mate dat het niet meer genegeerd kon worden. Uitgebreid wetenschappelijk onderzoek toont ondertussen het onomstreden effect van de werking van dit wonderlijke verschijnsel aan. Mensen genezen met nepmedicijnen niet alleen van vreselijke pijnen, maar zelfs nepoperaties blijken hetzelfde effect te kunnen hebben als echte. De cruciale factor hierbij is een rotsvast vertrouwen in de werking van het middel of de ingreep.

Van vertrouwen in de medische wetenschap naar vertrouwen in onszelf
Het placebo-effect toont aan dat als je maar voldoende vertrouwen hebt in dat iets werkt, het dat ook doet. Het middel speelt dan geen rol meer, het vertrouwen des te meer. Toch durven nog maar weinig mensen te vertrouwen op hun eigen kracht. Wat is er voor nodig om dit vertrouwen te doen groeien? Het antwoord vind je paradoxaal genoeg door het vertrouwen in de medische wetenschap te intensiveren. Laat me je meenemen in mijn gedachtegang: het aantonen van de werking van medisch ingrijpen deed ons vertrouwen in de medische wetenschap groeien. Vervolgens is ons vertrouwen een eigen leven gaan leiden en is zichzelf nu wetenschappelijk aan het bewijzen. Het enige wat wij ‘dus’ hoeven te doen, is blind te blijven vertrouwen op de bewijzen die gevonden worden in de medische wetenschap. Of deze nou het wetenschappelijk bewezen effect van medicijnen betreffen, of het effect dat wij ons inbeelden. Wat daarbij natuurlijk enorm zou helpen, is een lobby vanuit de medische wetenschap. We kunnen alleen maar hopen dat zij de werking van het placebo- effect met net zoveel bravoure willen gaan verkondigen als zij doen met de succesvolle medische interventies die ontwikkeld zijn.

Geaccepteerde pech
En die persoonlijke schuldvraag dan? Moeten we daar nog iets mee? Het antwoord is nee. Aangezien de medische wetenschap het placebo-effect allang statistisch aangetoond heeft, kunnen we het eventuele falen van onze eigen kracht met een gerust hart ‘pech’ noemen. Natuurlijk maakt het bestaan van het placebo-effect de noodzaak van medisch handelen niet overbodig. Ik pleit in dit artikel dan ook niet voor het stoppen met medisch handelen, maar wel voor het verminderen van de weerstand tegen alternatieve aanpakken waarbij de kracht van ons vertrouwen ingezet wordt.

Wil je meer voelen? Blijf dan vooral in je hoofd!

Artikel geschreven voor Pioniers Magazine, 1 maart 2016

We leven in een turbulente tijd. De druk om te presteren is hoog en om deze druk te kunnen verdragen, zijn we de afgelopen decennia massaal in ons hoofd gevlucht. Denken geeft ons een gevoel van controle en met ons hoofd aan het stuur voelen wij ons zeker. Om het hoofd vrij spel te kunnen geven, hebben veel mensen hun gevoelsleven uitgeschakeld.

Wat effectief leek pakt voor velen op de langere termijn echter niet goed uit en dus worden wij nu massaal opgeroepen om uit ons hoofd te komen. Jammer. Als voormalige ‘hoofdvluchteling’ weet ik als geen ander hoe je in paniek kunt raken van dit goed bedoelde advies. Toen ik het contact met mijn gevoel kwijt was, peinsde ik er niet over om mijn enige houvast, mijn hoofd, ook nog eens los te laten. Belangrijker nog: ik ontdekte dat het helemaal niet nodig is om uit je hoofd te komen. Als je weet hoe, kun je je hoofd juist heel goed gebruiken om het contact met je gevoel te herstellen.

Ons denken geeft ons toegang tot ongekende mogelijkheden
Gelukkig is er een groeiende groep mensen die ons leert hoe je de vaardigheden van je hoofd in kunt zetten om te bereiken wat je wilt. Vaak vormen hun wonderlijke, persoonlijke ervaringen de inspiratiebron waarmee zij hun boodschap en methoden verkondigen. Ik laat je graag kennismaken met twee van hen.

Byron Katie werd jarenlang geveld door een zware depressie, tot zij een ingeving kreeg die haar leven volledig zou veranderen. Plotseling realiseerde zij zich dat zij er voor kon kiezen om haar eigen somber makende gedachten te blijven geloven, of ze te vervangen voor gedachten waar ze blij van werd en daarin te gaan geloven. Door het laatste te gaan doen, overwon zij niet alleen haar eigen depressie, maar ontwikkelde zij ook een methode waarmee ze wereldwijd miljoenen mensen van hun belemmerende overtuigingen heeft afgeholpen. Haar methode is simpel en tegelijkertijd geniaal: door je gedachten bewust te kiezen, kun je je leven en je wereldbeeld compleet veranderen!

Joe Dispenza hoorde na een vreselijk ongeluk dat de kans op herstel voor hem, met of zonder operatie, minimaal was. Eigenwijs als hij was, besloot hij af te zien van medisch ingrijpen en een beroep te doen op het zelf herstellend vermogen van zijn lichaam. Joe geloofde dat zijn lichaam fysiek waar zou kunnen maken wat hij met zijn hoofd bedacht. Hij concentreerde zich gedurende langere tijd intensief op het beeld van gezonde ruggenwervels en het onvoorstelbare gebeurde: hij genas volledig. Op dit moment geeft hij over de hele wereld lezingen en trainingen om andere mensen te leren hoe je de kracht van je gedachten in kunt zetten bij het bereiken van schijnbaar onmogelijke doelen.

De kracht van ons denken wetenschappelijk aangetoond
Bovenstaande verhalen zijn natuurlijk olie op het vuur van de sceptici onder ons. Gelukkig wordt de grote potentie van ons denken in toenemende mate ook door de wetenschap ondersteund. Dr. Bruce Lipton toonde aan dat, in tegenstelling tot wat wij geneigd zijn te geloven, het niet onze genen zijn die bepalen hoe ons leven er uit ziet, maar de omgeving waarin onze genen zich bevinden. Je kunt je leven lang de potentie tot het ontwikkelen van een bepaalde aandoening bij je dragen, maar de omgeving bepaalt uiteindelijk of die potentie zich kan gaan ontwikkelen of niet. Een interessante vraag is dan natuurlijk: hoe kun je de omgeving beïnvloeden? Eén van de factoren die daarbij een grote rol spelen, is de manier waarop wij in het leven staan. Onze gedachten en overtuigingen hebben een directe invloed op ons lichaam en creëren dus (mede) de omgeving waarin een gen al dan zijn potentie tot uitdrukking kan laten komen.

In zijn boek ‘Het is de gedachte die telt’ illustreert Dr. David R. Hamilton de theorie van Lipton aan de hand van verschillende studies waarin wordt aangetoond dat onze overtuigingen een zelfde biologisch effect kunnen hebben als medicijnen. Geloven we zonder enige twijfel in de werking van bijvoorbeeld een aardappel bij herstel van onze klachten, dan vindt er een vergelijkbaar biologisch proces plaats als wanneer er een medicijn wordt gebruikt.

De kracht van het denken gebruiken om meer te gaan voelen
Terugkijkend op mijn eigen ontwikkeling is het mijn denken geweest dat me toegang heeft gegeven tot meer contact met mijn gevoel. Begrijpen, visualiseren, beslissen en geloven zijn slechts enkele voorbeelden van ‘hoofdvaardigheden’ die ik heb ingezet om dichter bij mijn gevoel te komen. Het heeft mij opgeleverd dat ik emoties waar ik eerder bang voor was tegemoet durf te treden en ze daarmee hun vernietigende kracht kan ontnemen. Ik ben een vrijer, vrolijker en meer ontspannen mens geworden en het is mijn missie geworden om andere ‘hoofdvluchtelingen’ te helpen om vanuit de veiligheid van hun hoofd te gaan verkennen wat er zich in hun hart afspeelt.